Na haar zwangerschapsverlof en een vakantie komt een advocate terug op kantoor. Al na één dag komt zij tot de conclusie dat dit niet meer is wat zij wil. Zij dient direct haar ontslag in. De werkgever probeert haar nog te stimuleren om even wat afstand te nemen en nog even goed na te denken over haar besluit, maar hier trekt zij zich niets van aan. Een paar weken later is zij van gedachte veranderd. Zij wil haar opzegging intrekken, maar het kantoor gaat hier niet mee akkoord. Uiteindelijk komt de zaak voor de rechter.

Overspannen

De advocate is vastbesloten haar baan te houden en zij geeft aan dat zij zwaar overspannen was toen zij besloot ontslag te nemen. “Op het moment dat ik heb aangegeven uit dienst te treden, had ik al maanden nauwelijks geslapen en was ik zowel lichamelijk als geestelijk op. Ik was op dat moment helemaal niet in staat om mijn wil te bepalen of de gevolgen van mijn keuzes te overzien.” De advocate eist dat de opzegging wordt vernietigd en dat zij weer aan het werk kan als zij weer beter is.

Kantonrechter

De kantonrechter boog zich over de zaak en kwam tot de conclusie dat de werkgever in dit geval gelijk heeft. De advocate heeft haar baan heel duidelijk opgezegd. Daarnaast heeft de werkgever haar meerdere keren gevraagd of zij dit echt wel wilde. “Er is meerdere keren aan haar gevraagd of zij wel daadwerkelijk wilde stoppen. Het antwoord op die vragen was telkens bevestigend.” Het feit dat zij tegen overspannenheid aan zat toen zij weer op kantoor verscheen, betekent volgens de rechter nog niet dat “daaruit zonder meer moet worden afgeleid dat het ontslag is genomen onder invloed van een wilsgebrek.” De rechter gaf aan dat het er meer op lijkt dat de advocaten al een poosje klaar was met haar baan als advocaat. Mocht zij inderdaad spijt hebben gehad van haar beslissing, dan had zij dit kort daarna recht kunnen zetten. Dit heeft zij niet gedaan. De werkgever hoeft de advocate niet meer terug in dienst te nemen.