Als u samen met de andere ouder het gezag heeft over uw kind, moet u belangrijke beslissingen samen nemen. Dat geldt ook voor vakanties naar het buitenland. Maar wat als de andere ouder geen toestemming geeft?

Lukt het niet om er samen uit te komen, dan kunt u de rechter vragen om vervangende toestemming. Dit betekent dat de rechter beslist of u toch met uw kind op vakantie mag. Deze mogelijkheid staat in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek.

Wanneer geeft de rechter toestemming?

De rechter kijkt vooral naar wat het beste is voor het kind. Daarbij spelen verschillende factoren een rol, zoals:

  • waar de reis naartoe gaat en of het daar veilig is;
  • hoe lang de vakantie duurt;
  • of u de andere ouder goed heeft geïnformeerd;
  • en of er zorgen zijn, bijvoorbeeld dat u niet terugkomt.

Geeft de andere ouder geen goede reden voor de weigering, dan zal de rechter vaak toestemming geven. Zeker als het gaat om een normale vakantie, bijvoorbeeld binnen Europa.

Hoe werkt de procedure?

U start een procedure bij de rechtbank met een verzoekschrift. Omdat vakanties vaak al snel gepland zijn, kan het nodig zijn om dit met spoed te doen. Soms is een kort geding dan een betere route. Het is belangrijk om uw verzoek goed te onderbouwen, bijvoorbeeld met:

  • boekingsbevestigingen;
  • een reisschema;
  • en informatie waaruit blijkt dat u gewoon terugkomt.

Praktische tips

  • Vraag ruim op tijd toestemming aan de andere ouder.
  • Leg uw verzoek duidelijk en schriftelijk vast.
  • Probeer eerst samen tot een oplossing te komen.
  • Verzamel alle documenten over de reis.

Tot slot

Een procedure is meestal niet de eerste keuze, maar kan wel helpen als u er samen niet uitkomt. In veel gevallen biedt vervangende toestemming een oplossing, zodat u samen met uw kind toch van een vakantie kan genieten.