Het huurrecht blijft volop in ontwikkeling. Ook in 2026 krijgen huurders, verhuurders, beleggers, property managers en VvE’s te maken met nieuwe wet- en regelgeving. De wijzigingen gaan onder meer over huurtoeslag, servicekosten, procedures bij de Huurcommissie en toekomstige plannen voor de huurmarkt.

Hieronder zetten wij de belangrijkste ontwikkelingen voor 2026 op een rij.

Wet modernisering servicekosten treedt later in werking

De Wet modernisering servicekosten treedt naar verwachting in werking op 1 januari 2027. Eerder werd 1 juli 2026 genoemd, maar de invoering is uitgesteld.

Het doel van deze wet is om huurders beter te beschermen en meer duidelijkheid te geven over servicekosten. Ook krijgt de Huurcommissie ruimere bevoegdheden om geschillen over servicekosten te beoordelen.

De nieuwe regels gelden voor huurovereenkomsten die vanaf 1 januari 2027 worden gesloten. Voor huurovereenkomsten die vóór die datum zijn gesloten, blijven in beginsel de oude regels gelden. Huurders en verhuurders kunnen wel samen afspreken dat zij de nieuwe regels ook toepassen op een bestaande huurovereenkomst.

Nieuw Besluit servicekosten zorgt voor meer duidelijkheid

Gelijktijdig met de nieuwe wet wordt ook het Besluit servicekosten aangepast. Daarnaast treedt ook de Regeling servicekosten in werking. Hierin komt een vaste lijst van zaken en diensten die als servicekosten mogen worden doorberekend.

Hoewel deze lijst voor een groot deel vastligt, bevat deze op enkele punten open normen. Daardoor blijft er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en bijzondere situaties. Voor huurders en verhuurders wordt duidelijker welke kosten wel en niet als servicekosten mogen worden aangemerkt.

Strengere gevolgen bij ontbrekende jaarafrekening

Een andere belangrijke wijziging gaat over de afrekening van servicekosten. Verhuurders die geen juiste of tijdige jaarafrekening verstrekken, kunnen straks te maken krijgen met zwaardere gevolgen.

De Huurcommissie zal niet langer zelf een afrekening opstellen wanneer gegevens ontbreken. In bepaalde situaties kunnen normbedragen worden toegepast. Ook kunnen servicekosten op nihil worden vastgesteld als een dienst niet is geleverd of als de verhuurder onvoldoende informatie verstrekt.

Let op:
Een correcte en tijdige administratie van servicekosten wordt dus nog belangrijker. Verhuurders doen er verstandig aan hun interne processen op tijd te controleren en waar nodig aan te passen.

Lagere drempel voor collectieve procedures

Ook de mogelijkheden voor huurders om gezamenlijk naar de Huurcommissie te stappen worden verruimd.

Vanaf 1 januari 2027 vervallen verschillende voorwaarden voor het indienen van een collectief verzoek. Hierdoor wordt het eenvoudiger voor huurders om samen op te treden. Denk bijvoorbeeld aan huurders die vragen hebben over servicekosten binnen hetzelfde wooncomplex.

Wijzigingen in de huurtoeslag

Vanaf 2026 veranderen ook de regels voor huurtoeslag. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De maximale huurgrens vervalt als harde voorwaarde om huurtoeslag aan te vragen.
  • De leeftijdsgrens voor jongeren gaat omlaag van 23 naar 21 jaar. Daardoor kunnen jongeren van 21 en 22 jaar vanaf 2026 eerder of meer huurtoeslag krijgen.
  • Jongeren onder de 21 jaar krijgen meer mogelijkheden om huurtoeslag aan te vragen.
  • Servicekosten tellen niet langer mee voor de berekening van de huurtoeslag.
Let op:
Dit betekent niet dat iedere huurder met een hoge huur automatisch veel huurtoeslag krijgt. Voor de berekening van de hoogte van de huurtoeslag blijft een maximale huur gelden. In 2026 is dat € 932,93 en voor jongeren tot 21 jaar € 498,20. Ook inkomen, vermogen, leeftijd en woonsituatie blijven belangrijk.

Deze wijzigingen kunnen voor veel huurders gunstig uitpakken. Tegelijkertijd kan het uitsluiten van servicekosten in sommige situaties leiden tot een lagere toeslag.

Nieuwe voorstellen voor de huurmarkt

Naast de wijzigingen die al vaststaan, wordt ook gewerkt aan nieuwe regelgeving. Deze voorstellen gaan onder meer over de Wet betaalbare huur, de Wet vaste huurcontracten en tijdelijke verhuur. In een Kamerbrief van november 2025 stelde minister Keijzer onder meer voor om de regels voor shortstay-verhuur aan te passen.

Shortstay is tijdelijke verhuur voor een korte periode, bijvoorbeeld aan expats, studenten of mensen die tijdelijk woonruimte nodig hebben. Het voorstel is om deze vorm van verhuur strenger te beperken.

Ook wordt nog gesproken over maatregelen om het aanbod van betaalbare huurwoningen te vergroten.

Deze plannen zijn nog niet definitief. De uitkomst kan de komende jaren gevolgen hebben voor zowel huurders als verhuurders.

Wat betekenen deze ontwikkelingen?

Het huurrecht gaat steeds meer richting duidelijke regels, meer controle en betere bescherming van huurders. Voor verhuurders nemen de administratieve verplichtingen toe.

Verhuurders doen er goed aan om huurovereenkomsten, servicekostenafspraken en beheerprocessen kritisch te bekijken. Huurders kunnen nagaan welke nieuwe mogelijkheden zij hebben, bijvoorbeeld bij huurtoeslag of een procedure bij de Huurcommissie.