Een militair die wekenlang niet op zijn werk verscheen en meerdere opdrachten van zijn commandant negeerde, mocht volgens de voorzieningenrechter worden ontslagen wegens wangedrag. De militair stelde dat hij niet naar zijn werk kon omdat hij zijn werkomgeving als sociaal en psychologisch onveilig ervoer. De rechtbank Den Haag vindt dat hij onvoldoende heeft aangetoond dat de situatie zo onveilig was dat hij niet hoefde te gaan werken.
Langdurig conflict over werkomgeving
De militair werkte al sinds 1996 bij de Koninklijke Landmacht. Al langere tijd was er een conflict tussen hem en Defensie. Volgens de militair was binnen het onderdeel waar hij werkte geen sprake meer van een veilige werkomgeving.
Eerdere pogingen om de problemen op te lossen, waaronder mediation, hadden niet geleid tot een blijvende terugkeer naar het werk. Om de situatie te doorbreken, gaf Defensie hem in 2025 de keuze uit twee andere functies. Toen hij zelf geen keuze maakte, wees Defensie hem een functie toe.
De militair was het daar niet mee eens en maakte bezwaar. De rechter oordeelde eerder dat Defensie deze functie aan hem mocht toewijzen.
Militair verschijnt niet op nieuwe werkplek
De militair moest zich op 2 oktober 2025 melden op zijn nieuwe werkplek, maar verscheen niet. Zijn commandant gaf hem daarna verschillende keren de opdracht om alsnog naar het werk te komen. Ook kreeg hij een officiële waarschuwing.
De militair bleef echter weg en was gedurende deze periode niet bereikbaar voor zijn commandant. Uiteindelijk deed zijn commandant aangifte bij de Koninklijke Marechaussee omdat hij zonder toestemming afwezig bleef. Na ongeveer zes weken meldde de militair zich ziek.
Defensie zag het herhaaldelijk negeren van de opdrachten en het wegblijven van het werk als wangedrag en ontsloeg hem.
Wanneer kan een militair worden ontslagen wegens wangedrag?
Voor militairen gelden bijzondere regels. In het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) staat dat een militair onder meer kan worden ontslagen wegens wangedrag.
Voordat ontslag wegens wangedrag mogelijk is, moet onder meer duidelijk zijn dat:
- de militair heeft gedaan wat hem wordt verweten;
- hem dit gedrag kan worden aangerekend;
- ontslag niet een te zware maatregel is voor wat er is gebeurd.
Volgens de voorzieningenrechter was aan die voorwaarden voldaan. De militair had vier keer geen gehoor gegeven aan een opdracht om zich op het werk te melden. Bovendien had hij een officiële waarschuwing gekregen en was hij langere tijd niet bereikbaar.
Onveilige werkomgeving geen reden om opdrachten te negeren
De militair vond dat van hem niet kon worden verlangd dat hij op zijn nieuwe werkplek verscheen. Hij verwees onder meer naar rapportages van bedrijfsartsen en andere adviezen waarin zijn werksituatie aan de orde kwam.
Volgens de voorzieningenrechter bleek daar onvoldoende uit dat de situatie zo onveilig was dat hij zijn nieuwe functie niet hoefde uit te oefenen. Daarbij speelde mee dat hij in zijn nieuwe functie onder een andere commandant zou vallen.
Ook had de militair zich pas ziekgemeld nadat hij ongeveer zes weken niet op zijn werk was verschenen. Voor de periode daarvoor ging de rechter er voorlopig van uit dat hij in staat was om te werken.
Het conflict met Defensie gaf hem volgens de rechter daarom niet het recht om zelf te besluiten niet meer op zijn werk te verschijnen en opdrachten van zijn commandant te negeren.
Ontslag volgens rechter niet te zwaar
De voorzieningenrechter vindt het ontslag in deze situatie niet te zwaar. Volgens de rechter heeft de militair door zijn gedrag het vertrouwen van Defensie ernstig geschaad.
Daarbij speelde mee dat Defensie had geprobeerd hem weer aan het werk te krijgen. Zo mocht hij zijn uren geleidelijk opbouwen en kreeg hij mogelijkheden om later naar een andere functie over te stappen.
Defensie hoefde daarom volgens de rechter niet te kiezen voor een minder zware maatregel dan ontslag.
Ontslagzaak is nog niet definitief beslist
De ontslagzaak is nog niet definitief afgerond. De militair heeft bezwaar gemaakt tegen het ontslag en vroeg de voorzieningenrechter om een tijdelijke maatregel zolang daar nog niet op is beslist.
De voorzieningenrechter wees dat verzoek af. Volgens de rechter heeft het bezwaar tegen het ontslag op basis van de informatie die er nu ligt weinig kans van slagen.
De uitspraak laat zien dat een conflict op het werk of een ervaren onveilige werksituatie niet automatisch betekent dat een militair opdrachten van zijn werkgever mag negeren. Zelf besluiten om niet meer op het werk te verschijnen en herhaaldelijk opdrachten te negeren, kan uiteindelijk tot ontslag leiden.