De rechtbank Amsterdam heeft het gezamenlijk gezag van twee ouders beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. Volgens de rechtbank waren de ouders ondanks langdurige hulpverlening onvoldoende in staat om samen belangrijke beslissingen over hun kind te nemen. Opvallend is dat het kind wel ongeveer evenveel tijd bij beide ouders blijft doorbrengen. De uitspraak laat daarmee zien dat ouderlijk gezag en de verdeling van de zorg twee verschillende zaken zijn.

Waarom beëindigde de rechter het gezamenlijk gezag?

Als ouders gezamenlijk gezag hebben, blijft dat na het uit elkaar gaan in principe bestaan. Dat betekent dat zij belangrijke beslissingen over hun kind samen moeten nemen, bijvoorbeeld over medische behandelingen en bepaalde schoolzaken.

In deze zaak lukte dat onvoldoende. De ouders hadden al langere tijd ernstige conflicten. Daarom werd hulpverlening ingezet waarbij zij moesten leren om hun kind zoveel mogelijk los van elkaar op te voeden. Het uitgangspunt was dat iedere ouder zich richt op het eigen huishouden en dat onderlinge discussies zoveel mogelijk worden voorkomen.

Hoewel de communicatie rustiger en zakelijker werd, bleven er problemen bestaan. Volgens de rechtbank bemoeide de vader zich nog regelmatig met keuzes en gebeurtenissen binnen het huishouden van de moeder. Zo ontstond discussie over de vraag of het kind zelfstandig naar school mocht fietsen. De vader vond dat hij over zo’n verandering bij de moeder geïnformeerd moest worden. Ook ontstond onenigheid over andere alledaagse keuzes rond de verzorging van het kind.

Volgens de rechtbank lieten deze voorbeelden zien dat de vader onvoldoende afstand hield van wat er tijdens de tijd bij de moeder gebeurde. Dat paste niet bij het doel van de hulpverlening, waarbij beide ouders zich juist zoveel mogelijk op hun eigen huishouden moesten richten.

Ook over de manier waarop zij in de toekomst invulling moesten geven aan het ouderschap verschilden de ouders van mening. Uiteindelijk concludeerde de betrokken hulpverlening dat het maximaal haalbare was bereikt en verdere vooruitgang binnen het traject niet te verwachten was.

Waarom zag de rechtbank onvoldoende ruimte voor verbetering?

De rechtbank vond vooral van belang dat gezamenlijk overleg tussen de ouders onvoldoende van de grond kwam. Daarbij speelde ook hun voorgeschiedenis een belangrijke rol. Zo had de vader eerder een tracker onder de auto van de moeder geplaatst. De rechtbank nam dit mee bij de beoordeling van de verhoudingen tussen de ouders. Volgens de rechtbank waren er nog steeds aanwijzingen dat het gezamenlijk gezag gebruikt kon worden om controle over de moeder uit te oefenen.

Daarmee bedoelde de rechtbank dat beslissingen waarvoor beide ouders nodig waren opnieuw aanleiding konden geven tot bemoeienis en conflicten. De rechter verwachtte niet dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen. Ook de hulpverlening en begeleiding die al waren ingezet, hadden onvoldoende verandering gebracht.

Daarom vond de rechter dat niet langer van de moeder kon worden verwacht dat zij samen met de vader belangrijke beslissingen over hun kind zou nemen. De moeder kreeg het eenhoofdig gezag.

Goed om te weten:
Loop je vast bij belangrijke beslissingen? Houd bij over welke onderwerpen jullie geen overeenstemming bereiken en welke pogingen zijn gedaan om daar samen uit te komen. In een gezagsprocedure kan namelijk meewegen welke afspraken, gesprekken of hulpverlening al zijn geprobeerd en of die tot voldoende verbetering hebben geleid.

Kind blijft week om week bij beide ouders

Het beëindigen van het gezamenlijk gezag betekende in deze zaak niet dat de bestaande omgangsregeling moest veranderen. Het kind blijft volgens een week-op-week-afregeling bij beide ouders. Beide ouders wilden deze regeling behouden en het kind was eraan gewend.

De wissel vindt zoveel mogelijk via school plaats. Daardoor hoeven de ouders elkaar bij de overdracht niet te ontmoeten. Ook voor vakanties en feestdagen heeft de rechtbank afspraken vastgelegd waarbij het aantal overdrachtsmomenten zoveel mogelijk wordt beperkt.

De vader blijft het kind dus volgens de vastgestelde regeling om de week verzorgen, maar heeft niet langer het ouderlijk gezag. De moeder kan voortaan zelfstandig de beslissingen nemen waarvoor gezag nodig is.

Belang van het kind staat centraal

De uitspraak maakt duidelijk dat een rechter bij ernstige ouderconflicten niet alleen kijkt naar de hoeveelheid contact tussen een kind en beide ouders. Ook de manier waarop ouders belangrijke beslissingen moeten nemen en de belasting die hun onderlinge verhouding voor het kind oplevert, spelen een belangrijke rol.

Heb je vragen over ouderlijk gezag of een omgangsregeling? Neem contact met ons op. Bel ons direct op 088-6002811 (gebruikelijke belkosten) of vul het contactformulier in. Wij helpen je graag verder.